Dat begint met een RI&E. Maar blijft het daarbij? In sommige gevallen is een verdiepende inventarisatie of verdiepende RI&E nodig. De werkgever moet de gevaren die zich in de organisatie kunnen voordoen op een rijtje hebben. Dat maakt het mogelijk om prioriteiten te stellen. Dan kan hij op basis daarvan een betrouwbaar productieproces realiseren en een doeltreffend arbobeleid voeren. Om planmatig de gesignaleerde gevaren te voorkomen en beperken. Een RI&E is het startpunt. Soms is daarbij ook een verdiepende RI&E nodig.

RI&E en Taak Risico Analyse (TRA)

In artikel 5 van de Arbowet staat dat werkgevers een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) moeten opstellen. Daarin is schriftelijk vastgelegd welke ‘mogelijke gevaren’ het werk voor de werknemers met zich meebrengt. Daarbij kan het gaan om de gevaren van het werken met werktuigen, machines, toestellen en andere hulpmiddelen bij het werk. Maar ook om de stoffen of preparaten waarmee men werkt, en om de inrichting van de werkplek.

De consequentie van deze verplichting is dat een werkgever alle gevaren en maatregelen in beeld moeten brengen voor elke taak die hij onder zijn gezag laat uitvoeren. In de praktijk noemen we deze RI&E een TRA (Taak Risico Analyse).

Geen diepgang in standaard-RI&E? Dan verdiepende RI&E

De diepgang van de inventarisatie moet zijn afgestemd op de aanwezige risico’s. Wijzigen de omstandigheden? Dan is daardoor ook een nieuwe inventarisatie nodig. Denk bijvoorbeeld aan nieuwbouw, een verbouwing of organisatorische wijzigingen. Is het niet mogelijk om die diepgang in te passen in de ‘standaard’ RI&E? Dan is het nodig om een aanvullende, verdiepende RI&E te maken. Ook een TRA is in deze context te beschouwen als een verdiepende RI&E.

Uit jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie blijkt dat de reikwijdte van deze verplichting zeer ruim is. In principe moet de werkgever namelijk álle relevante risico’s in kaart brengen. Daarbij gelden in sommige gevallen aanvullende eisen. De inventarisatiefase van de RI&E omvat in eerste instantie het in kaart brengen van de gevaren en de daaruit voortvloeiende maatregelen. Voor de uitvoering van de inventarisatie is daarom een systematische opzet nodig. Dat begint met het verzamelen van informatie over de feitelijke en de gewenste situatie, het proces, de materialen en de arbeidsmiddelen.

Niet duidelijk? Nader onderzoek? Aanvullende RI&E

Soms blijkt voor of tijdens het uitvoeren van een RI&E dat bepaalde zaken niet helemaal duidelijk zijn en nader moeten worden uitgezocht. Deze verdiepende RI&E’s kunnen dan later worden uitgevoerd. Voor bepaalde groepen medewerkers en onderwerpen is een verdiepende RI&E verplicht (zie het kader). Als een verdiepende RI&E wel nodig, maar nog niet uitgevoerd is, is de RI&E dus niet volledig.

Praktisch gezien is het ondoenlijk om voor elke verdiepende RI&E een kerndeskundige in te schakelen. Denk hierbij aan het inventariseren van gevaarlijke stoffen en het opstellen van TRA’s. Deze inventarisaties vinden voortdurend plaats en hebben daardoor meer het karakter van een proces.

Bijzondere categorieën werknemers

Zo moet de RI&E ook aandacht besteden aan de gevaren voor bijzondere categorieën werknemers. Het gaat hierbij om bijzondere gevaren die bestaan voor bijvoorbeeld zwangere werknemers, gehandicapten, ouderen en jeugdigen. In het Arbeidsomstandighedenbesluit worden bovendien op een aantal punten aanvullende eisen gesteld aan de RI&E. Dat geldt bijvoorbeeld voor gevaarlijke stoffen en biologische agentia.

V&G-plan is ook een verdiepende RI&E

Verder is het verplicht om voor (bouw)projecten een V&G-plan op te stellen. Het V&G-plan is een RI&E op projectniveau met als doel gevaren te inventariseren en te beheersen. Op basis van de inventarisatie kunnen alle partijen worden geïnformeerd (coördinatie) en de medewerkers van de diverse partijen geïnstrueerd. (Arbeidsomstandighedenbesluit hoofdstuk 2, afd 5: art 2.23 t/m 2.35). Het V&G plan is daarom te beschouwen als een verdiepende RI&E.

Verdiepende RI&E voor bepaalde groepen medewerkers en werkzaamheden

Dit zijn de artikelen in het Arbeidsomstandighedenbesluit met aanvullende eisen voor een verdiepende RI&E. Het gaat om bepaalde groepen medewerkers en om bepaalde werkzaamheden:

 Art. 1.36: Jeugdige werknemers

 Art. 1.41: Zwangere werknemers

 Art. 2.15: Psychosociale arbeidsbelasting

 Art. 2.2-2.6: Explosie- of brandgevaarlijke en toxische stoffen

 Art. 2.28/2.42: Bouwwerkzaamheden

 Art. 3.5c: Explosiegevaarlijke atmosferen

 Art. 4.2-4.2a: Gevaarlijke stoffen in het algemeen

 Art. 4.13: Kankerverwekkende stoffen

 Art. 4.50/4.54a-b: Asbest

 Art. 4.85 en 4.97: Biologische agentia

 Art. 4.111: Thuiswerk met gevaarlijke stoffen

 Art. 5.3: Fysieke belasting

 Art. 5.9: Beeldschermwerk

 Art. 6.7: Lawaai

 Art. 6.11b: Mechanische trillingen

 Art. 6.12d: Kunstmatige optische straling

 Art. 6.12k: Elektromagnetische velden

 Art. 8.2: Persoonlijke beschermingsmiddelen

Overige verdiepende inventarisaties

Naast de nadere inventarisaties die de Arbowet expliciet voorschrijft, zijn er nog andere soorten inventarisaties voor de volgende zaken.

• Bepaalde werkplekken: specifieke werkplekanalyses

• Werkdruk, vitaliteit: (branche)specifieke vragenlijsten, bijvoorbeeld voor het onderwijs

• Risicovolle taken: de taakrisicoanalyses (TRA)

• Arbeidsmiddelen, installaties en processen: risico-analysemethodieken als de arbeidsmiddelenrisico-analyse (ARA), de Hazard and Operability Study (HAZOP), de analyse van procesverloop/processtappen in installaties (onder andere chemische processen) en de Quantitative Risk Assessment (QRA), een kwantitatieve risicoanalyse voor risico's van zware ongevallen met bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen

Bron: www.arbo-online.nl en Arbo Pocket Wet- en regelgeving