In 2023 was vallen zelfs de oorzaak van meer dan de helft van de ongevallen in de bouw. Verder vinden er relatief vaak ongevallen plaats met arbeidsmiddelen als vorkheftrucks, pallethefwagens en ladders.

Dat blijkt uit de Monitor Arbeidsongevallen van de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA). In dit jaarlijkse rapport analyseert de inspectiedienst de kenmerken en oorzaken van arbeidsongevallen die de Inspectie dat jaar onderzocht. In 2023 werden in totaal 2.448 onderzoeken afgerond. Daarbij waren 2.386 slachtoffers betrokken, waarvan 69 dodelijk.

De bouw staat nog altijd hoog in het rijtje van sectoren met de meeste arbeidsongevallen. Per 100.000 banen gaat het in de sector om 105 ongevallen. Dat is wel lager dan in 2022, toen ging het om 129 slachtoffers. In 2023 ‘scoorde’ alleen de sector waterbedrijven en afvalbeheer hoger dan de bouw, met 118 ongevallen. Gemiddeld over heel Nederland betreft het 27 slachtoffers per 100.000 banen.

Vallen belangrijkste oorzaak ongevallen

Vallen is met stip het grootste gevaar in de bouw. Bij 52% van de ongevallen in de bouw was in 2023 sprake van een valpartij. Bouwvakkers, monteurs en andere arbeiders vielen vooral van daken, vloeren of platformen (33%). Bij 28% van de incidenten ging het om vallen van een ladder, trap of opstapje.

Vallen is van alle arbeidsongevallen in Nederland sowieso de belangrijkste oorzaak, gevolgd door in contact komen met een arbeidsmiddel of object. Dat type ongeval komt vooral voor in de industrie.

De Inspectie legt in het rapport uit dat arbeidsmiddelen bij veel verschillende ongevalstypen betrokken zijn. Zo kan iemand van een steiger vallen of aangereden worden door een heftruck. Over de hele linie zijn vorkheftrucks of pallethefwagens veelvoorkomende arbeidsmiddelen die vaak betrokken zijn bij ongelukken, gevolgd door verplaatsbare, draagbare of verrijdbare ladders of trapladders. Van de ongevallen met ladders of trapladders vindt 41% plaats in de bouw.

Vooral mannelijke slachtoffers

Over heel Nederland gezien concludeert de Arbeidsinspectie dat het vaker misgaat bij kleine bedrijven dan bij grote. Ook zijn het vooral mannen die slachtoffer worden van een ongeval. Deels komt dit doordat er in de sectoren waarin relatief veel incidenten plaatsvinden ook veel mannen werken. In de bouw is 81% van de werknemers man. Van de bouwslachtoffers in 2023 was 99% man.

Oudere werknemers boven de 55 jaar zijn in het totaal aantal slachtoffers licht oververtegenwoordigd. Wel verschilt dit per sector. Zo zijn in de sector landbouw, bosbouw en visserij juist jongeren oververtegenwoordigd. Percentages over de leeftijden van bouwslachtoffers noemt de Inspectie niet.

Ongevallen met arbeidsmigranten

In het rapport vraagt de NLA extra aandacht voor arbeidsmigranten. Deze groep blijkt namelijk gemiddeld vaker slachtoffer te zijn van een arbeidsongeval. Per 100.000 banen komt het aantal uit op 37, terwijl dat over de gehele linie 26 is. De cijfers zijn gebaseerd op 208 afgesloten ongevalsonderzoeken over 2022 en 2023 waarbij arbeidsmigranten betrokken waren.

Een derde van deze ongevallen vond plaats in de sector industrie, gevolgd door de bouw met 16%. Dat percentage is ongeveer gelijk met het percentage van overige slachtoffers (18% in de bouw). In de industrie gebeuren er wel meer ongevallen met arbeidsmigranten vergeleken met de overige slachtoffers: 32% tegenover 23%.

De Inspectie ziet dat arbeidsmigranten vaker ongeschoold, laagbetaald en tijdelijk werk doen, met name in sectoren waar de risico's op incidenten al relatief groot zijn. De NLA denkt dat door taal- en cultuurverschillen instructies en waarschuwingen mogelijk niet goed worden begrepen. Ook zijn arbeidsmigranten soms afhankelijk van hun werkgever, waardoor zij onveilige omstandigheden minder snel melden.

Flinke ondermelding arbeidsongevallen

De cijfers uit het rapport zijn gebaseerd op ongevallen die bij de Arbeidsinspectie gemeld zijn. De Inspectie wijst er zelf op dat het echte aandeel van arbeidsongevallen hoger ligt: zeker de helft van de meldingsplichtige incidenten wordt niet gemeld. De Algemene Rekenkamer concludeerde vorig jaar in een onderzoek dat deze ondermelding zelfs wel 70% kan zijn.

Bron: www.arbo-online.nl